Laurierbloesem poeder maken
Een aantal weken geleden hielp ik mee op een coöperatieve plukboerderij. Na afloop kreeg ik daar een tak gedroogde laurier mee, waar ik ontzettend blij mee was. Het is altijd lekker om een blaadje laurier in een tomatensaus te laten meekoken voor een extra diepe, kruidige smaak. Toen ik aan het einde van de dag in de zon de blaadjes van de tak aan het halen was, ontdekte ik dat er ook gedroogde bloemetjes tussen zaten. Dat is nou zo leuk aan zelf oogsten in plaats van het in de supermarkt te kopen; het is allemaal nog zo puur en echt.
Voorzichtig haalde ik de takjes met de bloemetjes eraf, en meteen kwam me een heerlijke, vanilleachtige geur tegemoet. Wow, dacht ik, dat ruikt lekker zoet! Hm, zou dat ook gebruikt kunnen worden? Zou ik het misschien kunnen fijnmalen in mijn vijzel tot een poeder, om het in plaats van kaneel in speculaas of kruidkoek te gebruiken? Het rook in elk geval heerlijk zoet en kruidig. Na wat onderzoek op het internet bleek inderdaad dat de gedroogde en vermalen bloemetjes in de regio van herkomst als een ware, luxe specerij worden gebruikt. Mijn instinct klopte dus.
Laurier is inheems in het Middellandse Zeegebied. Daar gebruiken ze de gedroogde bloemen en het blad al eeuwen als smaakmaker in allerlei gerechten, zoals rijke mediterrane stoofschotels, kruidige bouillons en warme specerijenmengsels of marinades. In de natuur groeit de struik daar het liefst op zonnige, rotsachtige heuvels met goed doorlatende grond, oftewel het typische mediterrane struikgewas (de maquis).
Dit geeft meteen een goede indicatie van wat de beste standplaats is, mocht je deze struik zelf in de tuin willen om in het seizoen takken met bladeren en bloemetjes te kunnen oogsten. De laurier houdt namelijk van een zonnige, beschutte plek uit de koude wind en staat het liefst in goed doorlatende grond. In ons klimaat heeft hij bij strenge vorst wel wat bescherming nodig. Let er bij de aanschaf goed op dat je de échte keukenlaurier te pakken hebt: de Laurus nobilis.
De kleine geelgroene bloemetjes van de echte laurier kun je in het vroege voorjaar, grofweg van maart tot mei, oogsten. Wist je trouwens dat de laurier tweehuizig is? Dat betekent dat er aparte mannelijke en vrouwelijke struiken bestaan. Op het eerste oog lijken de bloemen van beide geslachten sprekend op elkaar: het zijn kleine, bleekgele knopjes die in compacte trosjes in de bladoksels zitten. Pas als je van heel dichtbij kijkt, zie je het verschil. De mannelijke bloemen (rechts op de foto) zien er wat 'pluiziger' uit door hun 8 tot 12 meeldraden en produceren wat meer nectar. De vrouwelijke bloemen (links op de foto) zijn strakker gevormd rond een centrale stamper (en alleen deze vrouwelijke struiken dragen later in het jaar de bekende donkere laurierbessen).
Maar het mooie is: de heerlijke etherische oliën die zorgen voor de kenmerkende zoete en kruidige geur zitten in beide bloemen. Dus of je nu bloemetjes van een mannelijke of vrouwelijke struik plukt, ze leveren allebei een fantastisch laurierbloesempoeder op.
Deze specerij vind je vrijwel niet in de winkel, omdat het plukken van de kleine bloemetjes puur handwerk is. Het is echt zo'n bijzonder product dat je alleen door eigen inspanning en verbinding met de natuur kunt verkrijgen. Dat maakt een permacultuursysteem zo mooi: je werkt samen met de natuur, vormt er een onderdeel van en kunt zo je eigen pure producten oogsten en verwerken. Zo ontdek je steeds weer nieuwe smaken en geniet je van al het pure dat de natuur te bieden heeft.
Om de tak met bladeren en bloemen na de oogst goed te drogen, kun je hem het beste plat neerleggen of ondersteboven ophangen op een droge, donkere en goed geventileerde plek, buiten direct zonlicht.
Om van een gedroogde tak naar laurierbloesempoeder te komen, verwijder je eerst de takjes met de bloemetjes. Daarna rits je voorzichtig de bloemetjes los. Gooi de overgebleven kleine bloemtakjes overigens niet weg! In het kader van zero waste kun je die prima laten meetrekken in een tomatensaus of soep, want ook de takjes bevatten die heerlijke etherische oliën. Vis ze er voor het serveren wel even uit, aangezien ze stug zijn. Neem vervolgens een goede stenen vijzel en vermaal de bloemetjes tot een fijn poeder.
Bewaar dit poeder donker en droog in een afgesloten potje, zodat de aromatische smaak zo lang mogelijk behouden blijft.