Het lege restaurant in de tuin
Onlangs maakte mijn moeder me attent op een enquête die de Libelle had uitgevoerd onder ruim 1.000 lezeressen. Hieruit bleek dat maar liefst 93% van de ondervraagden hortensia’s in de tuin heeft staan.
93%! Oh wow, wat een verbluffend aantal. Stel dat dit onderzoek representatief is voor de volledige Nederlandse bevolking, dan hebben we het over meer dan 16 miljoen mensen. Dat zijn wel heel erg veel hortensia’s in onze Nederlandse tuintjes. Maar eerlijk? Mijn hart kromp ook een beetje ineen. Want hoewel zo'n weelderige bol er kleurrijk uitziet, is het eigenlijk een foute keuze voor de natuur.
Helaas doen deze doorgekweekte hortensia’s namelijk helemaal niets voor onze wilde bijen en andere nuttige insecten. Onze tuinhortensia’s zijn zo ver doorgekweekt op overdadige schoonheid dat ze helemaal geen nectar of pollen meer bieden aan de inheemse insecten. De insecten worden weliswaar aangetrokken door die prachtige randbloemen in het blauw, paars, roze, wijnrood of wit, maar ze landen in een volledig leeg restaurant. Zonder kok, zonder keuken en zonder eten. Teleurgesteld en gedesoriënteerd vliegen ze weer weg op zoek naar een plek waar wel wat te halen valt.
Om te begrijpen hoe we hier zijn beland, moeten we even terug in de tijd. Onze tuintraditie is sterk beïnvloed door de Engelse landschapsstijl uit de 18e eeuw. In die tijd was status alles. Kon je een groot deel van je landgoed inrichten als 'onbruikbaar', oftewel puur voor het mooie plaatje, dan was je rijk. Dan kon je je verheven voelen boven de arbeider, die elke vierkante meter van zijn eigen stukje grond keihard nodig had om groenten te verbouwen en in zijn eigen voedsel te voorzien.
Ook de hortensia vindt haar oorsprong in die tijd. De stammoeder van onze boerenhortensia is de botanische soort uit Japan, de Hydrangea macrophylla. Deze oorspronkelijke wilde soort heeft een schermbloem met aan de buitenrand grote, steriele lokbloemen en daarbinnen zit een hart vol kleine, vruchtbare bloemetjes met nectar en stuifmeel.
Toch ontstond vanuit die 18e-eeuwse landschapsstijl bij de rijke heren de vraag naar nog grotere, bollere en opvallendere bloemen. Wisten zij veel dat dit twee eeuwen later zou bijdragen aan bijensterfte... Kwekers sprongen in op die vraag en selecteerden door op de steriele randbloemen. De vruchtbare centrale bloemen verdwenen daardoor naar de achtergrond of stierven helemaal weg. Het resultaat? Een volledig steriele struik met een prachtige 'reclameposter' voor op het raam, maar een lege voorraadkast.
Wil je de uitstraling van die mooie schermbloemen behouden, maar de wilde bijen wel een vorstelijk buffet voorschotelen? Vervang die gekweekte hortensia dan door een inheemse held: de Gelderse roos (Viburnum opulus).
De compacte variant van Gelderse roos (Viburnum opulus 'Compacta') past naadloos op de plek van de hortensia. Ze heeft precies dezelfde sierlijke look met grote witte randbloemen, maar bezit in het centrum wel een rijkgevulde 'open keuken' vol nectar en stuifmeel voor bijen en zweefvliegen. Deze struik hoort van nature in ons klimaat thuis, is beresterk, woekert niet, vraagt nauwelijks onderhoud en verrast je in de herfst ook nog eens met prachtige rode bessen voor de vogels.
Stel je eens voor dat we die 90% van de Nederlandse tuinen massaal transformeren. Van de een op de andere dag veranderen miljoenen 'lege gaten' in bruisende restaurants met een sterrenkok en een open keuken voor onze wilde bijen.
Wissel jij je hortensia ook in? De bijen zullen je dankbaar zijn.